Historisch overzicht

nel3Het begon allemaal met een vakantie naar Gambia…

Na het zien van een folder van Gambia bij het postkantoor twijfelden Nel en Jur Bus geen moment en boekten ze in 1998 een reis naar dit Afrikaanse land.

Hieronder vindt u een verslag van Nel Bus over haar reizen naar Gambia en het ontstaan van Stichting June.

Verslag

Het was op 5 oktober, we gingen naar schiphol, nadat we waren voorgelicht en ingeënt voor allerlei ziektes en malaria pillen hadden gekregen. Ja, ik hoor jullie nu al denken dan moet je toch wel erg graag naar dat ontwikkelingsland willen.

Nou dat wilden we ook graag eens beleven, we konden het nu nog doen vonden we, want in dat afgelopen jaar waren we al een familielid kwijtgeraakt aan kanker.

Nadat we een prima vliegreis hadden gehad kwamen we aan in een ontzettend warm Gambia en na de bustocht in ons hotel Banna Beach , waar we een kamer kregen zonder airco die zo warm was dat we tegen elkaar zeiden : moeten we hier veertien dagen in leven? We hebben toen een andere kamer met airco gevraagd en gekregen. We hadden, omdat dat in de folder stond, aardig wat pennen schriften en ander schoolmateriaal meegenomen, te veel om zomaar weg te geven dus vroegen we aan de restaurantmanager of hij nog een arme school wist die we hiermee blij konden maken.

Nou, dat wist hij wel en hij wilde ons er ook wel naar toe brengen. Dus dat hebben we gedaan. We kwamen bij een schooltje, het leek meer op een bunkertje en toen ik dat zag zei ik tegen mijn man: Ik wil hier veel meer doen dan alleen maar spulletjes brengen. Dit was het begin van een grandioos avontuur.

We hebben in die zelfde vakantie ook nog excursies gedaan waardoor je het land en de bevolking veel beter leert kennen. Gambia werkt heel ontspannend doordat de bevolking er heel anders leeft dan wij, gestreste Hollanders. De temperatuur is er heerlijk als je er na een paar dagen aan gewend bent. En je moet helemaal niks, want zoals de Gambianen zeggen No problem in the Gambia.

We gingen uitgerust en heel voldaan met vele ideeën terug naar Nederland. De tweede keer was in maart 1999, met weer spullen voor de Kaalangbantang Nursery school en ik had thuis mijn best gedaan om wat geld bij elkaar te krijgen om voor de school een bankrekening te kunnen openen, want niet elk kind in Gambia kan naar school omdat de ouders het zelf moeten betalen en de regering aan deze leeftijd niets meebetaald (kinderen van 3 tot 8 jaar).

We hebben ook weer een excursie gedaan waarbij je een krokodil kon aaien en we zijn ook nog naar een batik fabriekje geweest, een schapen markt, een beelden markt en een vissers-plaatsje bezocht. Ook hebben we het Tobaski feest meegemaakt, dat is twee maanden en 10 dagen na einde van de ramadan.

Het is een feest van de offerande, er word een schaap gekocht en die word ter plekke aan huis geslacht op een speciale manier word de hals doorgesneden.

Het bloed van het schaap moet stromen …… en …… Het is feest.

Daarna word het gebraden en moet het diezelfde dag nog met velen gedeeld en opgegeten worden.

Tenslotte hebben we het geld voor de school op een bankrekening gezet in Serekunda.

De derde keer was in november 1999, dit is de mooiste tijd voor mensen die van de natuur van Gambia willen genieten want alle is groen en alles staat in bloei omdat de regentijd net achter de rug is.(de regentijd is van juli tot oktober)

Maar de luchtvochtigheid is er dan erg hoog dus is het er erg warm.

Ondertussen nemen we samen een koffer voor ons zelf mee en die andere koffer is voor spullen in Gambia: kleren, knuffels, speelgoed en school materiaal.

Van het schooltje was het dak gerepareerd, ze hadden er een nieuw dak opgezet omdat het in de regentijd erg gelekt had en ze de spullen er onder niet droog hadden kunnen houden. Omdat ze ook nog een klasje onder de mango boom hebben, moeten ze alle spullen in het schooltje opslaan als het regent.

Deze keer hebben we statuten gemaakt en hebben we met een advocaat de Stichting JUNE opgezet en dat was nog een aardig werkje om statuten in het engels op te maken, maar het is allemaal gelukt en ondertekend.

We hebben weer een excursie gemaakt, nu naar Senegal waar onze paspoorten bij de grens overgeschreven werden in een schrift.

Terug in Gambia zijn we ook nog even naar de houtmarkt en de batikmarkt geweest waar je als toerist echt moet afdingen.

Als je langs het strand loopt hoef je niet raar op te kijken als er Gambiaanse kinderen naar je toe komen en heel spontaan “Vader Jacob” voor je zingen en daarna vragen of je fruit wilt kopen.

De vierde keer was in maart 2000, dit is een droge tijd alles ziet bruin en is erg stoffig, de temperatuur is ook koeler en je moet zelfs ’s avonds wel eens een trui aan maar het blijft gewoon geweldig om in Gambia te zijn.

Dat geld trouwens niet voor iedereen want als je naar Gambia toe gaat word je of verliefd op dat land of je komt er nooit meer.

Je moet met alles echt rekening houden dat je naar een derde wereldland gaat, dus ook met je hotel, je staat soms in het donker met koud water te douchen.

De vijfde keer was in oktober 2000, weer met allerlei voor de school en natuurlijk ook weer geld om de bankrekening groter te maken.

Deze keer hebben we een excursie gemaakt naar Georgetown, het is de hele dag rijden op een niet al te beste weg, daarna ga je met een pontje waar je jezelf naar de overkant moet trekken je komt op een eiland midden in de natuur.

Daar loop je tussen de apen ze eten zelfs uit je hand maar als het avond word is er totaal geen verlichting alleen heb je een olielamp en daar kun je net in het rieten huisje je bed mee vinden en douchen moet je natuurlijk gewoon doen als het nog licht is.

De mannen hadden bijna niet geslapen want ze waren bang dat er slangen zaten en die zo bij je naar binnen konden komen, we hadden ook een klamboe boven ons bed maar het was er erg warm, je zit natuurlijk midden in het land en niet bij de zee, en nadat we ’s morgens een heerlijk ontbijt hadden gehad zijn we weer terug gereden en hebben we ook nog het vroegere slavenhuis bekeken.

Hoe dat vroeger allemaal in z’n werk ging, dat wil je niet weten maar als je het toch wel interessant vind, ga er dan gerust naar toe want je leert er wel van.

De zesde keer was in maart 2001, de droge en dorre tijd van het jaar , maar voor onze westerse het best uit te houden. Het feest (tobaski)was al weer voorbij.

We waren deze keer wel op tijd gekomen voor de Common Well day , dat is een feestdag voor alle scholen Er lopen dan kinderen in allerlei uniformen en mooie sokjes en schoentjes aan in een voetbalstadion. Elk jaar word er een kind uitgekozen die president Yaya Jammeh mag zijn die dag en dat is een hele eer want hij komt met een politie escorte en zijn vrouw is er ook bij en de echte vice president.

Alle scholen die dan aanwezig zijn marcheren dan langs de president en later bedankt hij iedereen voor de microfoon en iedereen staat dan, terwijl het volkslied word gezongen. Deze dag is de moeite waard om gezien te worden.

Deze vakantie hebben we ook grond voor onze school gekocht, 635 vierkante meter, de tekening kan gemaakt worden.

De zevende keer was in oktober 2001.

Deze keer was voor ons zeer speciaal want ik had een container gestuurd voor de nieuwe school waar heel veel bouwmateriaal in zat en een betonmolen en een aggregaat en 70 tafels en stoeltjes en lesmateriaal enz.enz.enz. wat kan er veel in zo’n container als je hem goed laad, dan zit het in elkaar net als een puzzel. We hebben hem wel uit de haven moeten praten, maar ja O.K.

We hebben de fundering gemaakt met betonijzer en de grond uitgezet en de muur rondom op de erf grens op hoogte gemaakt, wat is het geweldig werken met die Gambianen, ze willen echt van alles van je leren.

We hadden onze buren meegenomen omdat mijn buurman een bestaande tekening van een school veranderd had en hij heel graag met ons wilde starten aan de bouw van de school. De hele familie was trouwens mee en met die hulp konden we ook 25 zakken met baby kleren en lakens en handdoeken enz. selecteren.

Ik ben ook met een van mijn bestuursleden naar de minister van gezondheid geweest voor een eventueel volgend project.

Je kan daar trouwens zo een afspraak maken met een minister daar stond ik echt van te kijken, dat gaat harder dan een container uit de haven praten. De minister was heel erg blij met ons goede nieuws.

In het najaar van 2001 zijn we met de bouw van de school begonnen, het uitzetten van het bouwraam en het uitgraven en storten van de fundering, in maart 2002 was de bouw zo ver gevorderd dat het dak er op moest. Het werd gesponsord door Ursem bouw uit wognum. En wederom zijn we weer naar The Gambia geweest, en hebben we geholpen met de dak constructie.

Na de zomer van 2002 is de school in bedrijf gegaan en op 31 oktober was de officiele en feestelijke opening verricht door Boto en ik.

In die zelfde periode ben ik gestart om sponsors te vinden in Nederland voor onze schoolgaande kinderen en ook voor de bouw van een brug in Sarakunda.

Dit om twee rijstvelden met elkaar te verbinden. Na het benodigde bedrag bij elkaar te hebben gekregen is in april 2003 begonnen met de bouw van een betonnen brug de bouw was gereed eind augustus 2003 en de brug word officieel geopend op 3 december 2003.

Kortom :

Dit landje heeft mijn hart gestolen en ik hoop dat ik daar nog heel lang en ongedwongen kan helpen waar dat nodig is.

Waar een gewone vakantie folder al niet toe kan leiden dat weet je maar nooit !!!.

Hartelijke groeten van Nel Bus uit Enkhuizen.

Word donateur!

Word nu donateur van Stichting June. Voor 40 euro per jaar steunt u een kind.

Hiervoor heeft het kind: 
Een uniform - een paar schoenen - een schooltas - en een jaar school.

Nieuws van Stichting “June”

Zoeken

Copyright © 2017 Stichting June
Inloggen